Schilderproces van een Ikoon

Het schilderproces

Monnik schidert een ikoon

Het schilderproces

Het schilderen van een ikoon is niet zomaar een creatief proces. Het wordt wel vergeleken met het proces van de schepping van de wereld.
Voordat de ikonenschilder daadwerkelijk met schilderen kan beginnen, is er al heel wat voorbereidend werk verricht.

Het schilderproces

Voorbereidingen:

1. Een eiken-, beuken- of lindenhouten plankje gladschuren.

Schuren van een ikoonplank

2. Een lijmlaag (bijv. huidenlijm) over de hele plank aanbrengen. Vervolgens wordt een linnen of katoenen lapje met deze lijm op de voorzijde van de plank aangebracht. Na drogen worden de overstekende randjes weg geschuurd

Katoen en lijm op een ikoonplank

3. Gesso (Levkas) bereiden van huidenlijm, water, krijt, aspirientje en een theelepel honing (au bain Marie). De plank aan voorzijde en zijkanten voorzien van 6 tot 8 lagen van deze grondverf, zo glad mogelijk, afwisselend horizontaal en verticaal.

Levkas ,gesso op ikoonplank

4. De plank moet vervolgens goed drogen (een week) en daarna met fijn schuurpapier worden gladgeschuurd. Daarna kan de afbeelding die geschilderd wordt (met zwart carbonpapier of met houtskoolpoeder) op de plank worden overgebracht. Vervolgens worden de contouren met eitempera geschilderd.

5. Vergulden
Er zijn twee manieren om een aureool of achtergrond te vergulden: de olievergulding en de water- of polimentvergulding.
Bij olievergulding wordt gebruik gemaakt van mixtion, bestaande uit  lijnolie, harsen en siccatief. De mixtion wordt heel dun op een niet-poreuze ondergrond aangebracht. Het bladgoud (vast op vloei) wordt opgelegd als de mixtion nagenoeg droog is. Een olievergulding heeft meestal een matte uitstraling.
Bij polimentvergulden wordt op de ondergrond eerst een laag rode bolus aangebracht. Rode bolus is een mengsel van klei en lijm. Dit wordt als het droog is, heel glad “geschuurd”  (met héél fijn schuurpapier of een paardenharen doekje),  waarna de laag vochtig wordt gemaakt met ‘netze’ of ‘sealer’. Het bladgoud (los) wordt op een goudkussen met een goudmes in stukjes gesneden en met een statisch gemaakte goudoplegger overgebracht naar het te vergulden oppervlak. Na droging kan het bladgoud gepolijst worden met een agaatsteen. In de bolusondergrond kunnen patronen of figuren worden aangebracht, waarna alleen bepaalde gedeelten gepolijst worden. Omdat de bolus lijm bevat, en in water oplosbaar is, wordt deze manier van vergulden ook wel ‘watervergulding’ genoemd. Polimentvergulden is een secuur en tijdrovend procédé.
Meer over vergulden  is te vinden op de site van Atelier Saint André.
Een alternatief vormen de kant-en-klare producten van de firma Kölner (KGGG-systeem)

God begon bij de schepping met het scheiden van licht en duisternis; de ikonenschilder begint met het aanbrengen van goud (‘licht’) en schildert van donker naar licht. Kleding en gezichten worden vanuit een donkere ondergrond laagje voor laagje opgelicht.
Vóór de schepping van de mens, schiep God de planten, bomen en dieren. En zo begint de  ikonenschilder  met de rotspartijen, architecturale vormen en kleding, vóórdat hij de gezichten schildert.

6. Schilderen.
Met ei-emulsie wordt van pigmenten verf gemaakt.

7. Afwerking
Nadat de ikoon geschilderd is, wordt na enige tijd een laag eiemulsie aan over de gehele afbeelding aangebracht. Tenslotte wordt de ikoon na ongeveer een half jaar gevernist met een mengsel van witte was en terpentijnolie.
De achterzijde wordt bestreken met (was)beits.

8. Wijding
Tenslotte wordt de ikoon gewijd.
Voor meer informatie over de wijding van ikonen klikt u hier

Wijding van ikonen


Het schilderproces in beeld

   De voortekening is overgebracht

  Aureool met passer getrokken, bestreken met mixtion

  Bladgoud is opgelegd

  Overtollig bladgoud verwijderd

  Dun laagje gele oker aangebracht

  Bovenmantel geschilderd in donkerste kleur

  De plooien worden gevormd door 'oplichting'

  Het onderkleed wordt geschilderd

  Het onderkleed wordt 'opgelicht'




  Sluier in de donkerste tint geschilderd

  De sluier wordt 'opgelicht'


  De versieringen worden aangebracht

  Eerste laag over het inkarnaat

  Warm oranje over de eerste laag

  Gelaat en handen worden 'opgelicht'


  Steeds een heel klein beetje lichter



Ogen en mond worden geschilderd





  Achtergrond


 
Tekst (inscripties) aangebracht




Tempera

Tempera is verfsoort bestaande uit een emulsie (eidooier bijvoorbeeld) met pigmenten.
Het Latijnse woord ‘temperare’ betekent ‘mengen’. Tempera is naar alle waarschijnlijkheid uitgevonden in de oudheid, in Egypte, toen dat land onderdeel uitmaakte van het Romeinse rijk. Tot in de late middeleeuwen, toen het gebruik van olieverf op kwam, werden schilderingen en verluchtingen van manuscripten in tempera uitgevoerd. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de ei-tempera.
Het recept voor het maken van tempera is voor het eerst rond 1390 door Cennino Cennini in zijn boek ‘Il Libro del l'Arte’ opgeschreven.
Als tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten van de ei-emulsie denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. Schilderingen gemaakt met tempera kunnen daarom vele eeuwen doorstaan.|
In plaats van eigeel werd soms ook eiwit gebruikt. De emulsie werd ook vaak vermengd met andere stoffen, bijvoorbeeld honing of caseïne, en later ook olie. Men vermoedt dat zo olieverf is uitgevonden.
Nadat olieverf was uitgevonden, vanaf de late middeleeuwen, werd tempera niet veel meer toegepast. Tijdens de Renaissance werden wel nog vaak de onderschilderingen in tempera gemaakt.

 

eiemulsie maken


Temperaverf is vrij dof, en verkrijgt pas glans door er, na droging, een waslaag of vernis op aan te brengen. Tempera wordt aangebracht op een witte ondergrond van krijt of gips.
De verf droogt snel, kan bederven en is niet transparant. Door arceringen, waarbij heel veel lagen met kleine streepjes over elkaar heen gezet worden, kan de schilder de kleuren in elkaar over laten lopen. Het is daarmee een heel arbeidsintensieve techniek.

Een eierdooier wordt onder de kraan schoongespoeld, of over een velletje keukenpapier gerold, zodat alle eiwit is verwijderd.
In de dooier wordt een gaatje geprikt, waarna het eigeel in een potje kan lopen. Het vliesje van de dooier wordt weggegooid.
Het eigeel wordt vervolgens vermengd met een zelfde hoeveelheid azijn. Dit is het medium, waarmee je de pigmenten mengt. Om te verdunnen gebruik je water.
Een andere methode is een eiderdooier te mengen met een gelijke hoeveelheid gedestilleerd water en 8 druppels natuur- of wijnazijn. Aan dit mengsel voeg je een of twee kruidnagels toe. Dit gaat bederf tegen.
Er zijn ook ikonenschilders die een paar druppels knoflooksap toevoegen. Ei-emulsie kan in de koelkast een aantal dagen worden bewaard. Met deze emulsie maak je verf van de pigmenten: eitempera.


Het schilderen begint met het aanbrengen van een transparante laag oker over de gehele voorzijde en zijkanten van de ikoonplank. Vervolgens wordt de schildering opgebouwd uit vele lagen, over elkaar heen, waarbij de onderschilderingen van invloed zijn op de uiteindelijke kleur. Er wordt geschilderd van donker naar licht.

Als de kleding geschilderd is, worden gezichten, armen en benen, handen en voeten van een donkere, leverkleurige laag verf voorzien. Daarop wordt een oranjerode laag verf aangebracht, waarna er verder wordt opgelicht in heel veel dunne laagjes over elkaar heen. Als laatste worden de inscripties op de ikoon aangebracht.
Meer informatie over inscripties vindt u hier.

Film over de totstandkoming van een ikoon:  (Heilige Elisabeth klooster)

 

 




 

 

 

 

 

 

Powered by Spearhead Softwares Joomla Facebook Like Button