Christus Ikonen

Christus

De volwassen Christus wordt op iconen weergegeven met lange, golvende lokken en een compacte baard in twee punten. Op Zijn gezicht zijn geen emoties te zien en Hij straalt een rustige en ontzagwekkende ernst uit. Hij draagt meestal een purperen onderkleed en een blauw bovenkleed.

Christus heeft altijd een aureool met een kruis, een zogenaamde kruisnimbus. Daarin staan drie Griekse letters: 'O ω Ν. Deze letters duiden aan dat Christus Goddelijk is. (Hij die is, De Zijnde). Bij de meeste Griekse iconen staat de ω bovenaan, bij Russische iconen de 'O. Meer informatie over aureolen vindt u hier.

De inscriptie 'IC XC' komt uit het Grieks en is een afkorting voor 'Jezus Christus'. Ook op Russische iconen én iconen uit andere gebieden is deze inscriptie in het Grieks aangebracht.

Geschiedenis van de Christusvoorstelling

De Joodse cultuur, waar Christus uit voortkwam, verbood het maken van afbeeldingen, zoals portretten. Ook de eerste christenen vermeden het maken van beelden, omdat ze dit als heidens beschouwden. Symbolen zoals vissen, druivenranken, palmtakken en het Chi-Ro-monogram, waren wel toegestaan.

Chi Ro monogram
Chi-Ro-monogram

Het Chi-Ro-monogram (XP) is samengesteld uit de eerste twee letters van het Griekse woord ‘XPIΣTΟΣ’ (Christos), wat ‘gezalfde’ betekent. Dit monogram was bijzonder populair, zelfs nadat het kruis het belangrijkste christelijke symbool was geworden. Als je de Chi (X) een kwartslag draait, is het eveneens een kruis. Dit monogram is veelvuldig te vinden op vroegchristelijke sarcofagen, munten en zegelringen.

Christusvoorstelling

In het Oude Testament zijn twee passages te vinden die de eerste christenen beschouwden als de voornaamste beschrijvingen van Christus:

Jesaja 53: 2-3: "De verachte dienstknecht des Heren, zonder gestalte of luister, een man van smarten"
Psalm 44:3: "Hij is de schoonste van gestalte onder de mensenkinderen"

Vanaf de 4e eeuw, wanneer de Romeinse keizer Constantijn de christenen godsdienstvrijheid heeft gegeven en het christendom een grote bloei doormaakt, worden beelden en portretten meer geaccepteerd en ontstaat vraag naar portretbeelden van Christus. Op grond van bovengenoemde passages uit het Oude Testament leidt dit tot een polemiek tussen verschillende kerkvaders over de wijze van uitbeelden van de Zoon van God en diens gelaat. Een aantal van hen (bijv. Cyrillus van Alexandrië, † 444) beweert dat hij lelijk moet worden afgebeeld. Deze kerkvaders zijn bovendien felle tegenstanders van het Griekse schoonheidsideaal.

heilige Ambrosius
Andere kerkvaders, zoals Ambrosius († 397) en Johannes Chrysostomos († 407), zijn van mening dat Christus ook uiterlijk zeer mooi was. In de vierde en vijfde eeuw was het uiterlijk van de afgebeelde Christus dan ook niet eenduidig.

De vraag naar het waarachtige, authentieke portret van Christus werd in de 6e eeuw steeds belangrijker en was de oorzaak van het ontstaan van allerlei legenden over Christusbeelden (en afbeeldingen van andere heilige personen) die zonder tussenkomst van de mens zouden zijn ontstaan ('Acheiropoeitos'), zoals bijvoorbeeld het Mandylion.

Mandylion oud
Theologen uit die tijd gebruikten deze legenden ook als argument tegen de iconoclasten, die wars waren van alle religieuze afbeeldingen. Als beelden op wonderbaarlijke, goddelijke wijze ontstaan, zijn deze als het ware door God zelf goedgekeurd.

Het Mandylion (een afbeelding van het gelaat van Christus op een geplooide doek) voert terug op een legende over koning Abgar uit Edessa, die ten tijde van Christus leefde. Abgar was melaats en liet zijn hofschilder Ananias een brief aan Jezus bezorgen. Ananias kreeg tevens de opdracht een portret van Christus te schilderen. Bij aankomst in Jeruzalem was het zo druk, dat Ananias op een rots moest klimmen om Jezus te zien en een portret van hem te maken. Toen Jezus hem zag, beval hij Ananias dichterbij te komen. Hij prees het geloof van Abgar en liet een vochtige doek brengen, waarin hij de afdruk van zijn gelaat achterliet. Toen koning Abgar, bij terugkomst van zijn knecht, deze doek tegen zich aandrukte, was hij genezen.

Lentulusbrief
De zogenaamde Lentulusbrief (Epistula Lentuli), genoemd naar de vermeende Romeinse prefect Lentulus in Palestina, dook pas in de late middeleeuwen op, in West-Europa. Deze Lentulus zou in deze brief aan de Romeinse senaat een beschrijving hebben gegeven van het uiterlijk van Christus. Daarin wordt Christus beschreven als:

"…een indrukwekkende verschijning, die vrees en liefde opwekt. Zijn haar heeft de kleur van rijpe hazelnoot, vanaf de oren zacht krullend in dikke lokken tot op zijn schouders en in het midden gescheiden zoals gebruikelijk bij de Nazareners. Zijn voorhoofd is kalm en glad, neus en mond zijn even volmaakt als de overige gelaatstrekken. De kleur van de huid is rozerood. De baard is vol, van dezelfde kleur als het hoofdhaar, niet lang en enigszins gevorkt op de kin. Zijn gestalte is eenvoudig en ontspannen en hij heeft een lichte, levendige, heldere en glanzende oogopslag."

De beschrijving in deze brief - die waarschijnlijk pas in de late middeleeuwen tot stand kwam - is gebaseerd op de dan al gebruikelijke weergave van Christus, ook op iconen. Hij wordt weergegeven met lange, golvende lokken en een compacte baard in twee punten. Op zijn gezicht zijn geen emoties te zien en Hij straalt een rustige en ontzagwekkende ernst uit.

Kleding

Op iconen van Zijn openbare leven draagt Christus meestal een rood (purperen) onderkleed en een blauw bovenkleed. Rood zou de kleur van de goddelijkheid zijn, blauw de kleur van de menselijkheid. Bij de Moeder Gods is dat net andersom. Na Zijn verrijzenis draagt Hij een stralend wit kleed.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Powered by Spearhead Softwares Joomla Facebook Like Button